zondag 30 maart 2008

Stories from across the Ocean

Soms hoeven de zintuigen niet eens op scherp te staan, vaak dienen de verhalen zich vanzelf aan in New York. Zo ook de onderstaande anekdote, a regular friday night in the city:

Afgelopen vrijdag bevind ik me met mijn goede vriend Patrick uit Amsterdam en 6 andere vrienden uit New York in een club, The Marquee genaamd. Het is een typische New Yorkse club: prachtige mensen in mooie kleren dansen op redelijke house in de grote zaal en hiphop in de kleinere zalen. De vrouwen dragen piepkleine jurkjes waar perfect gladde en hooggehakte benen onderuit steken. Onder haar arm draagt zij een piepklein tasje - danwel in een felle kleur, danwel zwart met glitters - waar in de wc een onwerkelijke hoeveelheid spullen uit komt. In elke vrouw schuilt bovendien een kapster en een make-up artiest want ik heb nog nooit een foutje kunnen ontdekken in hun gelaat; de make-up wordt driftig bijgewerkt in het heiligdom van de vrouwen om vervolgens weer flawless te verschijnen op de dansvloer. 

Ik maak van de gelegenheid gebruik om even een zijspoor te nemen en uit te weiden over dit heiligdom dat, hoe kan het ook anders, compleet afwijkt van de gemiddelde Hollandse club-wc. Ten eerste heet het in Amerika 'the restroom', niet the toilet, the bathroom, the loo, nee, the restroom, een ruimte om te rusten. Deze betekenis hebben ze letterlijk geïnterpreteerd in de dancings. Wanneer het tijd is het uiterlijk te checken - of wanneer je, zoals ik, maar ik ben een afwijking, gewoon moet plassen - begeef je je in de club naar de wat donker verlichte hoek waar je na wat zoeken een deur vindt, bescheiden gekenmerkt met een W. Discreet duw je de deur open. In plaats van een heftig contrast van een wit betegelde ruimte met een geur die van je eist zo snel mogelijk de ruimte weer te verlaten, kom je binnen in een naar wierook of ander aangename geur ruikende, romantisch verlichte ruimte met donkere muren en donkere tegels. Deze haast gezellige ruimte doet je bijna het oorspronkelijke doel van je bezoek vergeten want alle aandacht gaat naar de buitenproportionele kaptafel. Waar ik gewend ben de witte wastafels te vinden, staat hier een mooi vormgegeven object waar wel wastafels in te vinden zijn, maar waar vooral de immens grote spiegel met een dressoir opvalt. Op dit dressoir staan talloze producten die je weer lekker doen ruiken, doen glimmen, of juist mat doen worden, doen stralen of er weer fris uit laten zien. Als je dan toch even van het toilet gebruik gaat maken - dat brandschoon is - hoor je meestal een muziekje en begrijp je waarom het hier restroom heet. Weer terug voor de kaptafel hoef je niet heel onbeschaafd zelf je handen te wassen, nee, de toiletjuffrouw - of restroom lady? - die al de gehele tijd bescheiden naast het opkalefater-object staat, opent de waterkraan en laat zacht wat zeep in je handen glijden. Wanneer jij jouw handen schoon genoeg acht, rijkt ze je een handdoekje aan waarmee je jezelf kunt drogen. Naast je staan ondertussen een aantal Amerikaanse schonen, die niet even snel de laatste roddels van de dansvloer doornemen, maar die in opperste concentratie wat imperfecties wegwerken met instrumenten uit de eigen kit, of met behulp van de kaptafel-producten. Het papieren droogdoekje gooi je in een rieten mand en na een dollar in het kleine maar opvallend gekleurde doosje van de toiletjuffrouw te stoppen, stap je, lichtelijk verbaasd, de club weer in.

Goed. Terug naar de bevolking van de Marquee. Vergeleken met de vrouwen kleden de mannen zich wat braver maar niet minder stijlvol; strak in het pak of het juiste shirt met een jeans van een hip (=duur) merk en natuurlijk geen sneakers. Behalve als je kiest voor de hip hop style, waarbij het zeer belangrijk is dat het lijkt alsof niet jouw kleren maar jij zojuist 10 maten bent gekrompen, de veters in je felgekleurde, gisteren in de winkel verschenen, Nike sneakers zo los geregen zijn dat ze er net niet uitvallen, en dat je het goud goed laat blinken.
 
In deze clubs kan je 'table service' bestellen; dat wil zeggen dat je een tafeltje krijgt omgeven door lounge stoelen of bankjes. Zittend aan zo'n tafeltje - wat je onderscheid van de meer simpele clubganger die ordinair op de dansvloer staat - is het de bedoeling dat je een fles besteld, bijvoorbeeld een fles martini, van laten we zeggen 400 dollar per stuk. Dit blijft natuurlijk nooit bij één fles, zeker niet wanneer het merendeel van de tablegroep uit mannen bestaat, die door hun tafelstatus omringd worden door mooie vrouwen met dorst.

Zo zijn wij natuurlijk niet, en je zult ons dan ook gewoon ordinair op de dansvloer vinden. Maar vrijdag wilde het zo zijn dat er een tafel niet gebruikt werd, dus wij zetten onze drankjes op het kleine tafeltje en gebruiken de ruimte om te dansen want het is al behoorlijk druk. Naast onze is een groep mannen met wat vrouwen behoorlijk aan het feesten en een van hen is zo zat als een aap. De man is een beetje irritant, maar er is een body guard - let wel, een body guard, geen bouncer - die het in de gaten houdt. Op een goed moment ga ik even zitten om mijn niet hooggehakte, maar wel gehakte, voeten te laten rusten, en voor ik het weet valt de zojuist genoemde zatte aap achterover met zijn zatte kont vol over ons tafeltje heen. 

Ik ben zeiknat van de drank die er op stond, mijn panty is stuk, Rob is zeiknat, en, erger nog, Patrick's nieuwe Armani pak ook. Rob en Patrick springen meteen op om de man - eerder beschreven als aap - toe te spreken (lees behoorlijk aggressief net nog niet uitschelden) en gelijk komt de body guard tussen beiden. Ik laat verontwaardigd mijn panty zien, en Patrick nog verontwaardiger zijn pak. De man is eigenlijk te dronken om te praten maar zijn vriend mompelt namens hem wat excuses, de body guard gedraagt zich ondertussen alsof we elkaar bijna gaan slaan, en na een woordenwisseling biedt de body guard namens de mannen ons een fles aan. Een fles vodka. Een fles Grey Goose vodka. Zonder wat te zeggen komt er nog een fles. Twee flessen vodka geven ze ons. Ik vind het eigenlijk overdreven, want het gaat mij er meer om dat die gast gewoon even sorry zegt en misschien de stomerij kosten betaald, maar onze mannen lijken tevreden met de uitkomst. Dan kijkt Rob op de menukaart hoe duur die flessen zijn.... 800 dollar ... per stuk. We hebben zojuist 1600 dollar aan vodka gekregen. Ik wil meteen een fles teruggeven, maar daar wil niemand - zowel onze als de andere mannen - iets van horen. Vrij snel daarna gaan de mannen weg en alles wat op hun tafeltje staat mogen wij ook hebben. Nog wat flessen, red bull en andere zooi. 

In plaats van welgemeende excuses en het vergoeden van je drankjes, koop je in New York voor 1600 dollar aan alcohol...

Respect shabba?


zaterdag 15 maart 2008

Mid Term Review

Met warme wangen zit ik achter mijn computer. Deze keer niet van de koude wind maar van de zon die sinds een paar dagen hier volop schijnt. De geur van lente in de ijzige New Yorkse lucht lijkt niet langer vals alarm te zijn. Met zonnebril en met zonder jas genieten we op ons dakterras van de welverdiende brunch na een geweldig feest georganiseerd door 'De Duitsers'. Dit zijn drie jongens, drie Duitse jongens genaamd Thilo, Matthias en Adrian, die samen met Eva, Bianca, Theresa, Rob, Roger, Caisy en Michelle deel uit maken van de groep mensen met wie ik hier in New York veel omga. 

En hoewel het een hele fijne avond was die wij pas afsloten om zes uur vanochtend, is het ergens ook een wrange avond. Het feest was een afscheidsfeest want de stages van de Duitsers zijn afgelopen. Ter gelegenheid van dit afscheid besloten we een filmpje te maken. De afgelopen week is Bianca druk bezig geweest ons allemaal op een kenmerkende manier vast te leggen en vervolgens van het verzamelde beeldmateriaal een kort filmpje te maken. Mooie woorden afgewisseld met Duitse liedjes zorgde gisteren op het feest voor van de hoogtepunten. 

Ik schreef wrang, niet alleen omdat de jongens vertrekken maar ook omdat dit weer pijnlijk duidelijk maakt hoe weinig tijd ons nog rest. Volgende week ben ik op de helft, en we weten allemaal dat de afdaling velen malen sneller gaat dan het beklimmen van de berg, zeker met een warme zon in je gezicht en gesprekspartners die je steeds dierbaarder worden. Met dezelfde reden van verblijf en een vergelijkbaar eindpunt komen mensen heel snel dicht bij elkaar. Sneller dan wanneer de grenzen van tijd niet zo zichtbaar zijn, of zelfs worden bepaald door vliegtickets. 

Dus ook al ben ik officieel nog niet op de helft, gezien het feit dat de tijd nu de exponentieel zal aflopen, is het eigenlijk al tijd voor een mid term review. Toepasselijk ook, want Spring Break is hier aangebroken en dat wil zeggen dat het semester op de helft is, zo niet over de helft.

Al moet ik zeggen dat ik geen tijdsafbakening nodig heb voor een terugblik. De afstand, zoals ik al eerder schreef, vraagt om een constante reflectie. Maar, zo is gebleken de laatste paar weken, ook voor een meer waakzame blik op de toekomst. Ik ben pas tegen het einde van mijn Master naar New York gekomen om colleges op niveau te volgen, en ik ben naar New York gekomen om er achter te komen  wat ik wil. Dit laatste is natuurlijk nooit zo duidelijk een reden van vertrek geweest, maar het voorgevoel dat hier dingen op zijn plaats zouden vallen was juist. Niet alleen kom ik steeds dichter bij het punt van afstuderen, maar ontmoet ik ook mensen die mij na doen denken over de toekomst na de studie. De kriebels uit mijn eerdere blog worden steeds meer omgezet in woorden. De daarbij gepaarde energie in daden. Hoewel ik niets wil en kan forceren, is het moeilijk geduldig te zijn wanneer het antwoord op veel vragen zo dichtbij voelt. Promoveren? Artistic Research Master? Kunstacademie? Freelancen? In Nederland? Het buitenland? Of van alles een beetje? 

Duidelijk wordt ook hoe belangrijk thuis is, en dat thuis gedefinieerd wordt door zowel kleine als grote dingen. Grote dingen als de grote liefde, onmisbare vriendschappen en onmisbare familie. Kleine dingen als fietsen over de grachten, groenten kopen bij de Turkse winkel om de hoek en wijn drinken in het Sarphatipark.  

En wat zal ik deze stad missen. De stad vol mogelijkheden, de stad die dagen meer dan 24 uur geeft, de stad die inderdaad nooit slaapt, die zelfs ontzettend wakker is; zo wakker dat je niets anders kunt doen dan meegaan in de energie, in de ambitie en de kansen. 
Ik ben er nog lang niet klaar mee, en ook al klinkt in mijn schrijven haast al een soort afscheid, niets is minder waar. Ik heb nog veel meer dan 2 maanden, nog 11 weken om precies te zijn, en die weken ga ik zo mogelijk nog meer genieten van alles wat deze omgeving me te bieden heeft. 

New York en ik vermaken ons voorlopig nog wel even met elkaar. 

(fotoverslagen zijn nog steeds te vinden op FLICKR