woensdag 4 juni 2008

New York --- Amsterdam

Een zwoele zomeravond in New York City. Het uitzicht een modderige rivier versiert door lichtjes. Lichtjes die een overkant vormen vol huizen waarschijnlijk bewoond door mensen. Zo nu en dan verzin ik verhalen over de overkant. Vanaf tien hoog zijn er ontelbare mogelijkheden.

Weken geleden was de eerste met-zonder-jas-dag en ik sta op het punt officieel de zomer aan te kondigen. Schuivend tussen de 25 en 30 graden vraagt het weer om jurkjes. Mijn dagen zijn sinds zes mei gevuld met lezen, kunst kijken, lunchen, liggen in Central Park, naar de film gaan, langverwacht bezoek uit Nederland ontvangen, wijn drinken, en meer van die activiteiten die je onderneemt wanneer je echt helemaal honderd procent vrij bent. De dagen glijden voorbij en morgen over een week zwaait New York mij uit. De tijd van laatste keren is aangebroken. Misschien is dit schrijven wel de eerste laatste keer. Na dit bericht geen klein meisje meer in een grote stad, hoewel die verhouding misschien al een tijdje terug is verschoven.

Het is een vreemde ervaring geweest om vijf en een halve maand omringd te zijn met deadlines. Niet alleen op school - of, sorry, Universiteit - maar des te meer op persoonlijk vlak. Nog nooit was ik zo bewust van tijd. Elf uur op mijn horloge betekende automatisch ook vijf uur. Zes uur 's avonds als grens om Nederland te bereiken. Drie uur in de nacht om die leuke ochtendtelefoontjes met je geliefde te houden wanneer je zelf net de kroeg komt uitrollen. Nog vier weken en dan komen mijn ouders. Nog negen ondraaglijke nachten zonder Frans. Na San Francisco nog vier dagen tot ik eindelijk Lori en Nina weer zie. Nog twee dagen en dan gaat Rut alweer weg. Etc. Het aftellen is een ding wat ik absoluut niet ga missen.

Maar wat wel? 
Op zaterdagmiddag naar Chelsea om kunst te kijken. Beginnend met fotografie bij Aperture en altijd eindigend in een andere galerie dan de vorige keer. De nieuwste, meest interessante kunstenaars verzameld op 10th Avenue tussen 22nd and 27th street.

Lunchen en uren blijven hangen in het leuke kleine Italiaanse tentje in Mottstreet. Het restaurantje met de bakstenen muren, vloeren van beton en groen geschilderde ijzeren kozijnen. Waar banken staan om op te hangen. Houten tafeltjes om te eten. Dat plekje waar ze bijna allemaal Italiaans praten, en waar iedereen zonder uitzondering mooi is. Nou, misschien op die jongen met de zwart hoornen bril na.

Met de metro naar Central Park. Stoppen op 110th om bij de biologische supermarkt fruit, vers brood en avocado te kopen. Met een laken dat uiteindelijk altijd nat wordt en onder de vlekken zit - ik ontken nog steeds dat dit door eventuele honden komt - uren lezen in de zon in je bikini met factor 30. Net naast de sportende mannen.

Met de L-lijn naar Williamsburg in Brooklyn op zondag om kleding te kijken - alleen kijken natuurlijk - op de geïmproviseerde vlooienmarkt van buurtbewoners.

Middagen spenderen in Strand Bookstore waar niet alleen alle boeken goedkoper zijn dan in elke andere winkel maar waar ze bovendien de grootse verzameling van kunstboeken hebben die ik ken; boeken die helaas vier kilo per stuk wegen en dus onmogelijk zijn om mee te nemen.

Met Eva een salade halen rondom de campus van NYU en die opeten in Washington Square Park waar vele straatartiesten onze gesprekken begeleiden. 

In datzelfde park op een bankje mensen kijken.

Naar Capoeira gaan en met een ongeloofwaardig rood hoofd afspreken in het restaurantje Rice om voor belachelijk weinig geld heerlijke curry te eten. Of om met dat rode hoofd de metro in gaan en aangestaard worden door mensen.

Op elk gewild moment naar de film kunnen.

Op woensdagavond altijd weer opnieuw te eindigen in The Black Fat Pussy Cat, dansend op het nooit veranderende repertoire van de live band en desondanks keer op keer een geweldige avond hebben.

De nachtelijke taxiritten over de West Highway, wachtend op dat ene stukje waar je precies de skyline van Midtown heel mooi kunt zien. Keer op keer dat New York moment voelen en elkaar veelbetekenend aankijken. 

Zondagochtend na een nacht uitgaan bij het minste straaltje zon iedereen dwingen buiten te brunchen op ons dakterras. 

Wat een stad. Wat een leven. Wat een mensen.

Maar:

Amsterdam, here I come.








vrijdag 11 april 2008

Woord vs. Beeld VI

Nieuwe foto's op Flickr

http://www.flickr.com/photos/22963203@N06/

zondag 30 maart 2008

Stories from across the Ocean

Soms hoeven de zintuigen niet eens op scherp te staan, vaak dienen de verhalen zich vanzelf aan in New York. Zo ook de onderstaande anekdote, a regular friday night in the city:

Afgelopen vrijdag bevind ik me met mijn goede vriend Patrick uit Amsterdam en 6 andere vrienden uit New York in een club, The Marquee genaamd. Het is een typische New Yorkse club: prachtige mensen in mooie kleren dansen op redelijke house in de grote zaal en hiphop in de kleinere zalen. De vrouwen dragen piepkleine jurkjes waar perfect gladde en hooggehakte benen onderuit steken. Onder haar arm draagt zij een piepklein tasje - danwel in een felle kleur, danwel zwart met glitters - waar in de wc een onwerkelijke hoeveelheid spullen uit komt. In elke vrouw schuilt bovendien een kapster en een make-up artiest want ik heb nog nooit een foutje kunnen ontdekken in hun gelaat; de make-up wordt driftig bijgewerkt in het heiligdom van de vrouwen om vervolgens weer flawless te verschijnen op de dansvloer. 

Ik maak van de gelegenheid gebruik om even een zijspoor te nemen en uit te weiden over dit heiligdom dat, hoe kan het ook anders, compleet afwijkt van de gemiddelde Hollandse club-wc. Ten eerste heet het in Amerika 'the restroom', niet the toilet, the bathroom, the loo, nee, the restroom, een ruimte om te rusten. Deze betekenis hebben ze letterlijk geïnterpreteerd in de dancings. Wanneer het tijd is het uiterlijk te checken - of wanneer je, zoals ik, maar ik ben een afwijking, gewoon moet plassen - begeef je je in de club naar de wat donker verlichte hoek waar je na wat zoeken een deur vindt, bescheiden gekenmerkt met een W. Discreet duw je de deur open. In plaats van een heftig contrast van een wit betegelde ruimte met een geur die van je eist zo snel mogelijk de ruimte weer te verlaten, kom je binnen in een naar wierook of ander aangename geur ruikende, romantisch verlichte ruimte met donkere muren en donkere tegels. Deze haast gezellige ruimte doet je bijna het oorspronkelijke doel van je bezoek vergeten want alle aandacht gaat naar de buitenproportionele kaptafel. Waar ik gewend ben de witte wastafels te vinden, staat hier een mooi vormgegeven object waar wel wastafels in te vinden zijn, maar waar vooral de immens grote spiegel met een dressoir opvalt. Op dit dressoir staan talloze producten die je weer lekker doen ruiken, doen glimmen, of juist mat doen worden, doen stralen of er weer fris uit laten zien. Als je dan toch even van het toilet gebruik gaat maken - dat brandschoon is - hoor je meestal een muziekje en begrijp je waarom het hier restroom heet. Weer terug voor de kaptafel hoef je niet heel onbeschaafd zelf je handen te wassen, nee, de toiletjuffrouw - of restroom lady? - die al de gehele tijd bescheiden naast het opkalefater-object staat, opent de waterkraan en laat zacht wat zeep in je handen glijden. Wanneer jij jouw handen schoon genoeg acht, rijkt ze je een handdoekje aan waarmee je jezelf kunt drogen. Naast je staan ondertussen een aantal Amerikaanse schonen, die niet even snel de laatste roddels van de dansvloer doornemen, maar die in opperste concentratie wat imperfecties wegwerken met instrumenten uit de eigen kit, of met behulp van de kaptafel-producten. Het papieren droogdoekje gooi je in een rieten mand en na een dollar in het kleine maar opvallend gekleurde doosje van de toiletjuffrouw te stoppen, stap je, lichtelijk verbaasd, de club weer in.

Goed. Terug naar de bevolking van de Marquee. Vergeleken met de vrouwen kleden de mannen zich wat braver maar niet minder stijlvol; strak in het pak of het juiste shirt met een jeans van een hip (=duur) merk en natuurlijk geen sneakers. Behalve als je kiest voor de hip hop style, waarbij het zeer belangrijk is dat het lijkt alsof niet jouw kleren maar jij zojuist 10 maten bent gekrompen, de veters in je felgekleurde, gisteren in de winkel verschenen, Nike sneakers zo los geregen zijn dat ze er net niet uitvallen, en dat je het goud goed laat blinken.
 
In deze clubs kan je 'table service' bestellen; dat wil zeggen dat je een tafeltje krijgt omgeven door lounge stoelen of bankjes. Zittend aan zo'n tafeltje - wat je onderscheid van de meer simpele clubganger die ordinair op de dansvloer staat - is het de bedoeling dat je een fles besteld, bijvoorbeeld een fles martini, van laten we zeggen 400 dollar per stuk. Dit blijft natuurlijk nooit bij één fles, zeker niet wanneer het merendeel van de tablegroep uit mannen bestaat, die door hun tafelstatus omringd worden door mooie vrouwen met dorst.

Zo zijn wij natuurlijk niet, en je zult ons dan ook gewoon ordinair op de dansvloer vinden. Maar vrijdag wilde het zo zijn dat er een tafel niet gebruikt werd, dus wij zetten onze drankjes op het kleine tafeltje en gebruiken de ruimte om te dansen want het is al behoorlijk druk. Naast onze is een groep mannen met wat vrouwen behoorlijk aan het feesten en een van hen is zo zat als een aap. De man is een beetje irritant, maar er is een body guard - let wel, een body guard, geen bouncer - die het in de gaten houdt. Op een goed moment ga ik even zitten om mijn niet hooggehakte, maar wel gehakte, voeten te laten rusten, en voor ik het weet valt de zojuist genoemde zatte aap achterover met zijn zatte kont vol over ons tafeltje heen. 

Ik ben zeiknat van de drank die er op stond, mijn panty is stuk, Rob is zeiknat, en, erger nog, Patrick's nieuwe Armani pak ook. Rob en Patrick springen meteen op om de man - eerder beschreven als aap - toe te spreken (lees behoorlijk aggressief net nog niet uitschelden) en gelijk komt de body guard tussen beiden. Ik laat verontwaardigd mijn panty zien, en Patrick nog verontwaardiger zijn pak. De man is eigenlijk te dronken om te praten maar zijn vriend mompelt namens hem wat excuses, de body guard gedraagt zich ondertussen alsof we elkaar bijna gaan slaan, en na een woordenwisseling biedt de body guard namens de mannen ons een fles aan. Een fles vodka. Een fles Grey Goose vodka. Zonder wat te zeggen komt er nog een fles. Twee flessen vodka geven ze ons. Ik vind het eigenlijk overdreven, want het gaat mij er meer om dat die gast gewoon even sorry zegt en misschien de stomerij kosten betaald, maar onze mannen lijken tevreden met de uitkomst. Dan kijkt Rob op de menukaart hoe duur die flessen zijn.... 800 dollar ... per stuk. We hebben zojuist 1600 dollar aan vodka gekregen. Ik wil meteen een fles teruggeven, maar daar wil niemand - zowel onze als de andere mannen - iets van horen. Vrij snel daarna gaan de mannen weg en alles wat op hun tafeltje staat mogen wij ook hebben. Nog wat flessen, red bull en andere zooi. 

In plaats van welgemeende excuses en het vergoeden van je drankjes, koop je in New York voor 1600 dollar aan alcohol...

Respect shabba?


zaterdag 15 maart 2008

Mid Term Review

Met warme wangen zit ik achter mijn computer. Deze keer niet van de koude wind maar van de zon die sinds een paar dagen hier volop schijnt. De geur van lente in de ijzige New Yorkse lucht lijkt niet langer vals alarm te zijn. Met zonnebril en met zonder jas genieten we op ons dakterras van de welverdiende brunch na een geweldig feest georganiseerd door 'De Duitsers'. Dit zijn drie jongens, drie Duitse jongens genaamd Thilo, Matthias en Adrian, die samen met Eva, Bianca, Theresa, Rob, Roger, Caisy en Michelle deel uit maken van de groep mensen met wie ik hier in New York veel omga. 

En hoewel het een hele fijne avond was die wij pas afsloten om zes uur vanochtend, is het ergens ook een wrange avond. Het feest was een afscheidsfeest want de stages van de Duitsers zijn afgelopen. Ter gelegenheid van dit afscheid besloten we een filmpje te maken. De afgelopen week is Bianca druk bezig geweest ons allemaal op een kenmerkende manier vast te leggen en vervolgens van het verzamelde beeldmateriaal een kort filmpje te maken. Mooie woorden afgewisseld met Duitse liedjes zorgde gisteren op het feest voor van de hoogtepunten. 

Ik schreef wrang, niet alleen omdat de jongens vertrekken maar ook omdat dit weer pijnlijk duidelijk maakt hoe weinig tijd ons nog rest. Volgende week ben ik op de helft, en we weten allemaal dat de afdaling velen malen sneller gaat dan het beklimmen van de berg, zeker met een warme zon in je gezicht en gesprekspartners die je steeds dierbaarder worden. Met dezelfde reden van verblijf en een vergelijkbaar eindpunt komen mensen heel snel dicht bij elkaar. Sneller dan wanneer de grenzen van tijd niet zo zichtbaar zijn, of zelfs worden bepaald door vliegtickets. 

Dus ook al ben ik officieel nog niet op de helft, gezien het feit dat de tijd nu de exponentieel zal aflopen, is het eigenlijk al tijd voor een mid term review. Toepasselijk ook, want Spring Break is hier aangebroken en dat wil zeggen dat het semester op de helft is, zo niet over de helft.

Al moet ik zeggen dat ik geen tijdsafbakening nodig heb voor een terugblik. De afstand, zoals ik al eerder schreef, vraagt om een constante reflectie. Maar, zo is gebleken de laatste paar weken, ook voor een meer waakzame blik op de toekomst. Ik ben pas tegen het einde van mijn Master naar New York gekomen om colleges op niveau te volgen, en ik ben naar New York gekomen om er achter te komen  wat ik wil. Dit laatste is natuurlijk nooit zo duidelijk een reden van vertrek geweest, maar het voorgevoel dat hier dingen op zijn plaats zouden vallen was juist. Niet alleen kom ik steeds dichter bij het punt van afstuderen, maar ontmoet ik ook mensen die mij na doen denken over de toekomst na de studie. De kriebels uit mijn eerdere blog worden steeds meer omgezet in woorden. De daarbij gepaarde energie in daden. Hoewel ik niets wil en kan forceren, is het moeilijk geduldig te zijn wanneer het antwoord op veel vragen zo dichtbij voelt. Promoveren? Artistic Research Master? Kunstacademie? Freelancen? In Nederland? Het buitenland? Of van alles een beetje? 

Duidelijk wordt ook hoe belangrijk thuis is, en dat thuis gedefinieerd wordt door zowel kleine als grote dingen. Grote dingen als de grote liefde, onmisbare vriendschappen en onmisbare familie. Kleine dingen als fietsen over de grachten, groenten kopen bij de Turkse winkel om de hoek en wijn drinken in het Sarphatipark.  

En wat zal ik deze stad missen. De stad vol mogelijkheden, de stad die dagen meer dan 24 uur geeft, de stad die inderdaad nooit slaapt, die zelfs ontzettend wakker is; zo wakker dat je niets anders kunt doen dan meegaan in de energie, in de ambitie en de kansen. 
Ik ben er nog lang niet klaar mee, en ook al klinkt in mijn schrijven haast al een soort afscheid, niets is minder waar. Ik heb nog veel meer dan 2 maanden, nog 11 weken om precies te zijn, en die weken ga ik zo mogelijk nog meer genieten van alles wat deze omgeving me te bieden heeft. 

New York en ik vermaken ons voorlopig nog wel even met elkaar. 

(fotoverslagen zijn nog steeds te vinden op FLICKR

zaterdag 23 februari 2008

New York. 

Vandaag ben ik er precies zes weken. Anderhalve maand. Een heleboel dagen. Nog meer minuten. Ontelbaar veel indrukken. 

Langzaam lijkt de wild gekleurde brei van gedachten te destilleren en beginnen contouren zich op de bodem af te tekenen. Niet alleen vormen er woorden rondom mijn indruk van de stad en de mensen, maar kan ik bovendien mijzelf in deze stad beter positioneren. En begrijpen. Het is net zo fantastisch als confronterend om jezelf tegen te komen, te ontdekken en herkennen in een vreemde situatie en omgeving. Het zijn geen wereldschokkende observaties die ik doe, maar juist die kleine momenten waarop je denkt: "ah, ok, dus daarom...", voelen erg waardevol.

Het is een een groot goed te weten dat je aan de andere kant van de oceaan een bestaan kunt opbouwen. Dat je vrienden maakt. Dat je ook hier de regels wat ruimer kunt interpreteren en zo mogelijkheden creëert om interessante mensen te ontmoeten. Dat je de kennis die je hebt verzameld in de afgelopen jaren ook daadwerkelijk kunt gebruiken, en dat je een verhaal te vertellen hebt. Dat je thuis mensen hebt die je missen en jij hen.

Maar dat het ook ontzettend eenzaam kan zijn.  Juist omdat je thuis al zoveel hebt. Of dat sommige aspecten van een cultuur je niet aan staan.  Dingen die je niet begrijpt en anders zou aanpakken. Dat het belachelijk snel gaat hier. Dat je Brooklyn eigenlijk de leukste plek vind, omdat het daar wat relaxeder aan toe gaat, en dus in feite meer lijkt op Amsterdam. Dat je liefde langskomt en alles in een compleet andere context plaatst. Dat New York ineens niet meer zo fijn voelt zonder hem, en je moet vechten om het weer jouw stad te maken. Dat al die liters water tussen jullie in jouw plannen om hier langer te blijven doen wankelen.
Dit klinkt natuurlijk allemaal ontzettend zwaar, want laten we wel wezen, ik ben hier maar 5 maanden en dat is veel te kort om hier echt een bestaan op te bouwen. Vrienden maken met een vertrek in je achterhoofd  is een compleet andere situatie dan wanneer ik hier voorgoed zou zijn gaan wonen. Een einddatum verandert alles, en is in geen enkel opzicht te vergelijken met een eindeloos uitzicht.  

In de context van deze eeuw gekenmerkt door globalisatie waarin het volstrekt normaal is (normaal in een zeer selecte groep mensen uiteraard) om na je studie, of zelfs soms al na je middelbare school, naar het buitenland te gaan, klinkt mijn verhaal bijna pathetisch. Ik woon samen met mensen voor wie dit al het derde buitenland verblijf is, die al 5 jaar in Zuid-Afrika hebben gewoond, die als onderzoeker van Universiteit naar Universiteit trekken, die ontwikkelingswerk hebben gedaan over de hele wereld en die uit gezinnen komen waar het hele leven van de ouders gericht is geweest op de mogelijkheid voor de kinderen om te studeren. Geloof me, ik voel me elke dag minder belezen, bereisd en ervaren. 

Maar ik ben hier gekomen om te leren, te genieten van alles wat nieuw is maar vooral om meer zekerheid te krijgen over wat ik wil gaan doen (als ik later groot ben). En stiekem denk ik dit steeds meer te weten. Misschien wil ik het nog niet opschrijven, misschien is het nog te vroeg om het echt zeker te weten. Maar er kriebelt iets, er groeit iets, en het wordt op verschillende manieren bevestigd.

Voor nu volstaat het te zeggen dat ik uitdaging nodig heb, afwisseling, esthetiek gecombineerd met betekenis en spanning. En wat dat betreft vermaak ik me hier nog wel een tijdje.



Voor begeleidend of wellicht contrasterend beeld: nieuwe foto's op flickr

vrijdag 8 februari 2008

Woord vs. Beeld III

Mijn laatste twee opdrachten voor Photography II zijn te zien op flickr (http://www.flickr.com/photos/22963203@N06)

Het zijn slechts foto's van foto's, maar misschien kunnen we in deze representatie van een representatie de originaliteit des te beter zien. (...of ik vandaag misschien naar een conferentie ben geweest en daardoor academisch gehersenspoeld ben? ...misschien...)

Naast alle fantastische intellectuele stimulansen die ik deze week in overvloed heb mogen ontvangen (ik heb vandaag Alison Landsberg én Marianne Hirsch ontmoet en gesproken!) is het ook zeker de mededeling waard dat ik nog maar twee nachten hoef te slapen en een dag hoef te wachten tot ik met open armen op JFK Airport mag staan. Frans komt naar New York. Symbolen passen waarschijnlijk beter dan woorden: !!!!

Tot een volgend schrijven.
Of verbeelden.
Of beiden.
Of...


maandag 4 februari 2008

Alle zintuigen op scherp

Wonen in een ander land vraagt om een culturele evaluatie van het land of de plaats van herkomst. Niet alleen dwingt het zich dagelijks manifesterende onbekende mij tot een vergelijking maar op zijn of haar beurt plaatst ook de nieuwe omgeving mij steeds in een tussenpositie door er naar te vragen. Het onderzoek naar overeenkomst, maar vooral ook verschil is een terugkerend onderwerp van gesprek. 

Na drie weken die vooral gekenmerkt worden door een grenzeloos enthousiasme, kunnen ook de eerste grote verschillen worden opgetekend. Zoals beeld vaak boven tekst wordt verkozen, verkies ik tot de verbeelding  sprekende anekdotes boven accurate beschrijvingen:

"Ik word gewoon nu al moe van de gedachte om op zoek te gaan naar een ander. Bovendien, ik heb me al een tijd terug neergelegd dat ik niet alles kan hebben wat ik wil hebben. Ik zal gewoon moeten accepteren dat er veel dingen zijn die ik niet leuk vind, aan hem dan, bedoel ik. Het is op zich wel leuk hoor. Ik bedoel, het is fijn samen. En het is gewoon een cultuur ding van hem en zijn vrienden om elke keer dat ze samen zijn stoned te worden. Ik begrijp daar niets van, en ik mag die vrienden van hem eigenlijk ook niet echt, maar ja, het is nu eenmaal zo. Kun je je voorstellen om weer de datingscene in te gaan? Dan liever hoe het nu is." Haar vriendin knikt begrijpend terwijl ze nipt van haar Upper West Side caffe latte en de baby in de kinderwagen sussend toefluistert. 

-

"Oh! Leuk! Mijn roommate komt uit Bon. Als je wilt kun je haar wel ontmoeten? Ik zal haar over je vertellen, dan kunnen jullie een keer koffie gaan drinken. Zij woont geloof ik al iets langer in New York dus dan kan ze je een beetje rondleiden ofzo.
Maar spreek je nog andere talen naast Duits?"

(Kate's overtuiging dat Amsterdam in Duitsland ligt verklaarde haar, tot dusver voor mij volstrekt onduidelijke, interesse in mijn kennis over Duitsland)

-

Amerikaan 1: "Hi. How are you?"
Amerikaan 2: "Fine thanks. How are you?"
Amerikaan 1:  "Fine thanks."
Amerikaan 2: "Oh God, my day was terrible, I have never been more stressed."
Renée: ...?...

Amerikaan 1: "Hi. How are you?"
Renée: "Pff..pretty tired actually, I have been running around all day..."
Amerikaan 1: ...?...

Mocht je naar New York gaan, en mocht iemand je daar vragen hoe het met je is, geef dan geen antwoord. Dit is geen vraag, ik herhaal, dit is géén vraag. Het is een soort uitgebreide versie van een voor ons bekend 'hallo' of 'hee'. Nu heb ik dit in zekere kringen in Nederland ook al opgemerkt (hee, hoe is het? Hee, ja, goed met jou? Ja ook goed, dag. Dag.) maar voor mij blijft het iets mysterieus en elke keer brengt het me uit balans. Ik loop snel, check de metrotunnel of the train (niet the metro maar the train) al komt en besluit zonder daar echt over na te denken toch de local te nemen in plaats van de express, ik bestel hele ingewikkelde koffie zonder blikken of blozen, als ik uit eten ga wissel ik vlak voor het restaurant mijn comfortabele schoenen voor weergaloze pumps met onmogelijke hakken, maar de vraag in ontkenning 'how are you' doet mijn Amerikaanse voorkomen keer op keer wankelen. Nu oefen ik in stilte op mijn kamer. Wat dat betreft hebben de Amerikanen Socrates goed begrepen, een wedervraag is het beste antwoord.

-

en er is meer, veel meer, van waar dit vandaan kwam. 

-

Ik volg een fotografieles op de NYU Tisch School of Arts. Elke week moeten we een fotoserie inleveren. Minstens twee dagen per week loop ik gewapend met een camera door New York. Met de lens als scherm waar ik me achter kan verschuilen zie ik de stad op een hele andere manier. Details, de prachtige architectuur, prachtige mensen, de fascinerende manier waarop natuur en stad samenkomen op veel plekken; ik zie het en probeer het vast te leggen. Dus de volgende keer weer beelden in plaats van tekst. 

Dank voor alle lieve berichten en mailtjes. Het is heel fijn om over jullie belevenissen te horen en lezen!

 






zondag 20 januari 2008

Woord vs. Beeld II

Nieuwe foto's te bewonderen op flicker! (onder andere van mijn kamer)

Hoewel het natuurlijk helemaal niet gepast is om onder mijn beeldenstorm een tekst te plaatsen, kan ik het niet laten om met jullie te delen dat het op dit moment -7 is in Manhattan. Strakblauwe lucht en zon, dat wel, maar koud! Ik heb me vandaag buiten gewaagd om de beroemde Apple Store op 5th Avenue te bezoeken - je moet natuurlijk wel je culturele kennis in deze grote stad op peil houden. De wandeltocht langs Central Park die daarna volgde resulteerde in bevroren vingers, tinteltenen en twee gloeiend rode wangen. 

Het is geweldig in New York rond te lopen met de wetenschap dat ik hier woon. Ik voel geen enkele haast om alles te zien en te doen, maar laat de dingen op me afkomen. En zo beland je in Brooklyn op een after Gallery opening feestje, of in SoHo op een verjaardagfeest in een club waar je je zonder piepklein jurkje en enorme hakken niet anders dan compleet underdressed kan voelen, in Central Park op een koude zonnige dag, in een bus waarvan je nog niet wist dat deze gewoon helemaal downtown rijdt, in een museum met een nieuwe vriendin kijkend naar de prachtige kunst van Kara Walker, op je kamer met je net gekochte quilt die een heel fijn thuisgevoel teweegbrengt, op internet om je bij het vak Fotografie naar binnen te slijmen via de email, in een sobere Deli waar ze de meest heerlijke muffins ooit verkopen...

Ik kijk terug op een prachtige week vol nieuwe ontdekkingen en belevenissen en kan me niet voorstellen dat het daadwerkelijk pas zeven dag is. Tijd is relatief, dat blijkt hier elke dag weer.


vrijdag 18 januari 2008

Woord vs. Beeld

Naast mijn tekstuele impressies van New York kunnen jullie nu ook visuele indrukken vinden op mijn nieuwe flickr account.*


* met velen dank aan Simber die van mij een Pro maakte

maandag 14 januari 2008

Like No Other Market!

Vanavond tijdens het diner dat als afsluiting gold van de tour door onze buurt die Morningside Heights heet, vroeg Julie uit Michican me wat het verschil tussen Europe en New York volgens mijn recent opgedane indrukken is. Hoe graag ik ook een verfrissend en onderscheidend antwoord wilde geven, kon ik het niet anders uitdrukken dan 'size'. Alles, maar dan ook echt alles, is hier groter. Groter, diverser, intenser.

Een voorbeeld.

Op zondagmiddag liep ik met Theresa, een meisje uit Munster die ik die ochtend leerde kennen bij onze receptie, door New York. We hadden al een redelijke wandeling door Central Park en Bed, Bath & Beyond (een soort Blokker on XTC) achter de rug, toen we besloten toch maar even boodschappen te doen voor het ontbijt de volgende dag. Jared, een vriend van me die net terug in Amsterdam is na een half jaar New York, raadde me Fairway Market ("Like no other market!") aan. Aan 125th street, onder de enorme brug die naar The Bronx leidt, doemde langzaam en parkeerplaats op. Tussen de MacDonalds, de BBQ Bar en de Hudson River vonden we Fairway. Buiten: honderden, ja, letterlijk honderden, appels. Bontgekleurde en zich op tien verschillende manieren van elkaar onderscheidende exemplaren vormen uitgestald op houten marktkramen de omheining van de supermarkt. Binnen: hel. Drie gangpaden (de gehele Albert Heijn, zeg maar) gevuld met cerials. Wil je crispy, crunchy, regular, super, low-fat, non-fat, low-carbs, nuts, raisins, chocolate, marsmallow, peanutbutter almondflavoured? Het kan allemaal. Wil je een combinatie? Ook geen probleem. Wil je vergelijken? Er zijn minstens twintig merken. 
Dan de Cold afdeling. Hele varkens, paardenpoten, kippenkoppen en al wat God geschapen heeft in die negen dagen vind je keurig bloederig in de vitrines. Zeevruchten? Tuurlijk,  de ISPC is er niets bij. En melk? Vergeet de saaie keuzes in Nederland. Vol, halfvol en soms nog biologisch. Dat is slechts het begin. Ook hier kan elk bestandsdeel wat melk melk maakt uitvergroot, weggelaten of gemuteerd zijn om weer aparte soorten te creeeren. Extra calcium, calcium voor kinderen, calcium voor ouderen, stofjes die je langer laten leven, stofjes die je huid doen stralen, het zit blijkbaar allemaal in melk. En laten we natuurlijk vooral niet de uitdagend uitgebreide schaal van mogelijke hoeveelheden vet vergeten. En dit allemaal met gangpaden van maximaal 1,5 meter breed en zeker twee keer het aantal toegestane mensen.
Ik ging naar huis met twee rood glanzende appels, een zak zeer biologisch verantwoorde bananen, een pak tropicana waar ik zeker een maand mee ga doen en het winnende pakje groene thee dat werd verkozen boven de andere 20 soorten.
Hoera. Ik ben in Amerika!

En die hoera is niet cynisch. Het is hier fantastisch. Ongeloofwaardig fantastisch. Ik woon in I-House (www.ihouse-nyc.org). Een soort community van Graduate studenten, PHD kandidaten en visting professors die ergens in New York studeren. De meesten gaan naar Colombia wat hier om de hoek ligt. Hier is bij 122th street en Claremont. Net boven Central Park en naast Harlem. Een buurt die een eclectische mix van inwoners kent. Soms heb ik het idee dat ik in de Nieuwe Doelenstraat loop, soms voel ik me misplaatst tussen vele gangster-achtige types. Ikzelf ga niet naar Colombia maar naar NYU, Comparative Literature Department.

De gedachte dat ik hier pas 2 dagen ben is bizar. Het voelt zo lang dat ik niet eens kan beginnen met het beschrijven van mijn dagen. Het komt neer op ontzettend veel lopen, zien, praten en mijn ogen uitkijken. En open houden trouwens. De Jetlag werkt niet echt mee; elke ochtend ben ik om 7 uur klaarwakker. 

Tot zo ver: central park, down-town, up-town, subway, NYU ID card, een kamer van 16 m2, een kamer op de 10e verdieping, een kamer met uitzicht op de Hudson River en New Jersey, mensen van over de hele wereld spreken, morgen Capoeira spelen, woensdag indoor hockey spelen, zondag hiphop leren, internet en telefoon (212 280 7678) op mijn kamer, bagels eten, high worden van de intens sterke koffie van Starbucks, 3 huisgenoten leren kennen waarvan er eentje operazangeres is, me stiekem zondagochtend wel een beetje alleen voelen, me nu heel openlijk heel gelukkig voelen, me opgeven voor de courses Archive, Image Text; Fetishism and Visuality; Ranciere and the Post-Althusserians, ... ... ...

Zo chaotisch als het bovenstaande verhaal is, zo chaotisch en vooral extreem vol van indrukken voel ik me ook. Het is een representatie van de eerste twee dagen New York. Gedurende de komende maanden zal het wat gestroomlijnder worden. 

Of niet.