woensdag 4 juni 2008

New York --- Amsterdam

Een zwoele zomeravond in New York City. Het uitzicht een modderige rivier versiert door lichtjes. Lichtjes die een overkant vormen vol huizen waarschijnlijk bewoond door mensen. Zo nu en dan verzin ik verhalen over de overkant. Vanaf tien hoog zijn er ontelbare mogelijkheden.

Weken geleden was de eerste met-zonder-jas-dag en ik sta op het punt officieel de zomer aan te kondigen. Schuivend tussen de 25 en 30 graden vraagt het weer om jurkjes. Mijn dagen zijn sinds zes mei gevuld met lezen, kunst kijken, lunchen, liggen in Central Park, naar de film gaan, langverwacht bezoek uit Nederland ontvangen, wijn drinken, en meer van die activiteiten die je onderneemt wanneer je echt helemaal honderd procent vrij bent. De dagen glijden voorbij en morgen over een week zwaait New York mij uit. De tijd van laatste keren is aangebroken. Misschien is dit schrijven wel de eerste laatste keer. Na dit bericht geen klein meisje meer in een grote stad, hoewel die verhouding misschien al een tijdje terug is verschoven.

Het is een vreemde ervaring geweest om vijf en een halve maand omringd te zijn met deadlines. Niet alleen op school - of, sorry, Universiteit - maar des te meer op persoonlijk vlak. Nog nooit was ik zo bewust van tijd. Elf uur op mijn horloge betekende automatisch ook vijf uur. Zes uur 's avonds als grens om Nederland te bereiken. Drie uur in de nacht om die leuke ochtendtelefoontjes met je geliefde te houden wanneer je zelf net de kroeg komt uitrollen. Nog vier weken en dan komen mijn ouders. Nog negen ondraaglijke nachten zonder Frans. Na San Francisco nog vier dagen tot ik eindelijk Lori en Nina weer zie. Nog twee dagen en dan gaat Rut alweer weg. Etc. Het aftellen is een ding wat ik absoluut niet ga missen.

Maar wat wel? 
Op zaterdagmiddag naar Chelsea om kunst te kijken. Beginnend met fotografie bij Aperture en altijd eindigend in een andere galerie dan de vorige keer. De nieuwste, meest interessante kunstenaars verzameld op 10th Avenue tussen 22nd and 27th street.

Lunchen en uren blijven hangen in het leuke kleine Italiaanse tentje in Mottstreet. Het restaurantje met de bakstenen muren, vloeren van beton en groen geschilderde ijzeren kozijnen. Waar banken staan om op te hangen. Houten tafeltjes om te eten. Dat plekje waar ze bijna allemaal Italiaans praten, en waar iedereen zonder uitzondering mooi is. Nou, misschien op die jongen met de zwart hoornen bril na.

Met de metro naar Central Park. Stoppen op 110th om bij de biologische supermarkt fruit, vers brood en avocado te kopen. Met een laken dat uiteindelijk altijd nat wordt en onder de vlekken zit - ik ontken nog steeds dat dit door eventuele honden komt - uren lezen in de zon in je bikini met factor 30. Net naast de sportende mannen.

Met de L-lijn naar Williamsburg in Brooklyn op zondag om kleding te kijken - alleen kijken natuurlijk - op de geïmproviseerde vlooienmarkt van buurtbewoners.

Middagen spenderen in Strand Bookstore waar niet alleen alle boeken goedkoper zijn dan in elke andere winkel maar waar ze bovendien de grootse verzameling van kunstboeken hebben die ik ken; boeken die helaas vier kilo per stuk wegen en dus onmogelijk zijn om mee te nemen.

Met Eva een salade halen rondom de campus van NYU en die opeten in Washington Square Park waar vele straatartiesten onze gesprekken begeleiden. 

In datzelfde park op een bankje mensen kijken.

Naar Capoeira gaan en met een ongeloofwaardig rood hoofd afspreken in het restaurantje Rice om voor belachelijk weinig geld heerlijke curry te eten. Of om met dat rode hoofd de metro in gaan en aangestaard worden door mensen.

Op elk gewild moment naar de film kunnen.

Op woensdagavond altijd weer opnieuw te eindigen in The Black Fat Pussy Cat, dansend op het nooit veranderende repertoire van de live band en desondanks keer op keer een geweldige avond hebben.

De nachtelijke taxiritten over de West Highway, wachtend op dat ene stukje waar je precies de skyline van Midtown heel mooi kunt zien. Keer op keer dat New York moment voelen en elkaar veelbetekenend aankijken. 

Zondagochtend na een nacht uitgaan bij het minste straaltje zon iedereen dwingen buiten te brunchen op ons dakterras. 

Wat een stad. Wat een leven. Wat een mensen.

Maar:

Amsterdam, here I come.








Geen opmerkingen: